PATHOLOGY PAPER OF THE MONTH : JUNE 1999 |
Het einde van het Pap-uitstrijkje
Artsen krant nr 1203 van 27/08/1999
Dankzij de mogelijkheid om nauwkeurige typering van HPV uit te voeren voor onderzoeksdoeleinden, zijn de ziektebeelden van de types 6 en 11 en deze van de oncogene types 16 en 18 beter van elkaar te onderscheiden. De onzichtbare infecties met HPV 16 of 18 eisen de voIle medische aandacht om dysplasie en cervixkanker te voorkomen.
Tot nog toe berust de diagnose van HPV 16/18 infectie op onrechtstreekse methodes. Colposcopie biedt een goede gevoeligheid, maar een lage specificiteit. Terwijl cytologische methodes (Pap smear, biopsie) erg specifiek zijn, maar minder gevoelig. Logischer is een rechtstreekse bepaling van HPV en eventueel de typering ervan. Deze diagnostische mogelijkheid komt binnen handbereik via de HPV-DNA detectiemethodes.
Op het congres in Denver verschenen de eerste berichten over opsporing van HPV-DNA via de urine. Er bleek een goede overeenkomst tussen het HPV-DNA in cervicaal staal en dat in de urine. De toekomst lijkt niet ver af dat vrouwen eerst een plasje afleveren om oncogeen HPV-DNA op te sporen. Wie daar vrij van is, behoeft geen uitstrijkje.
Manos M M, et el. Identifying Women With Cervical Neoplasia Using Human Papillomavirus DNA Testing For Equivocal Papanicolaou Results. JAMA, 5 mei 1999; 281: 1605-10.
COMMENTS ?
Our
newsgroup is open...
[ Home | Papers | News | Classifieds | Forum | Links | GBS-VBS ]
Copyright © ANAPAT, 1997-2004 - Last update: 23-09-2004 - Webmaster